Gepubliceerd in colorfull editie 1

Waran brasa


“Nee, ik vertaal dit niet; jullie zijn 300 jaar bij ons geweest! Je had de taal best kunnen leren.” Toen ik een tijdje geleden in Villa Felderhof te gast was en het over brasa’s had, heb ik het ook niet uitgelegd. Toch is een blonde jongeman, speciaal naar de voorstelling gekomen, om er van mij één te krijgen, vertelde hij. Die heeft het dus wel begrepen. Dwars door de buis. Bovendien ben ik te moe voor uitleg. Zo moe dat ik geen boe of bah kan zeggen. Maar waarom zou ik boe roepen of bah zeggen? Deze vermoeidheid gaat gepaard met een zeer voldaan gevoel.

Ik heb mijn theatertour van vorig seizoen na ruim tachtig voorstellingen door het hele land afgesloten. Succes. Overal volle zalen. Ook overal staande ovaties waarbij ik eerst dacht, dit is gewoon de gewoonte. Ze gaan altijd en overal staan en klappen. Ze zijn allang blij dat ze de benen kunnen strekken na anderhalf uur zitten. Maar dat is niet waar, hoor ik van verschillende medewerkers van theaters. Zelf heb ik ook gemerkt dat een zaal op verschillende manieren op kan staan: als een oude heer enthousiast zoekend naar een rollator, of als Nelly Cooman bij de start van de 60 meter.

Wat me van het afgelopen seizoen ook bijblijft is het intense contact met de zaal. Ik voelde het meestal al bij opkomst. In kleine plaatsen waar men me voor het eerst zag duurde het altijd even voor ze aan me gewend waren, en ik aan hen. Stoel 31 mocht dan aan stoel 32 uitleggen wat bron bron is. Die waran brasa’s kwamen daar héél langzaam op gang. Zo langzaam dat we ons soms in de pauze afvroegen: “leven ze wel?”

En dan krijg je ineens na het einde van de show een warme deken over je heen. Heerlijk.

Het was ook in een dergelijke, schijnbaar stille, terughoudende zaal dat ik na de pauze, midden in de voorstelling door de directeur werd onderbroken. Ik dacht in een fractie van een seconde: “Wat een onbeschofte…!” Maar er bleek al snel echt iets aan de hand te zijn. Er werd een vrouw weggeroepen. En dat doe je als theaterdirecteur natuurlijk niet zo maar. Er moest wel iets ernstigs aan de hand zijn. De spanning was voelbaar maar creëerde wel meteen een nog groter saamhorigheidsgevoel. Een brasa gedeeld door een hele zaal.

In de Randstad waren de brasa’s vaak zo overweldigend en luidruchtig dat ik heel hard op de rem moest gaan staan om al te heftige lach-, klap- en zangreacties te voorkomen. Vooral die Surinamers die beter denken te weten wat köfte is dan de Turken die het in de pan gehakt hebben. Ik probeer mijn publiek altijd uit te dagen tot meedoen, maar dat brengt ook het risico met zich mee dat ze te veel gaan meedoen en ook tijdens de stille momenten van alles willen roepen. En het moet natuurlijk wel mijn feestje blijven. Ja, of je bent een diva of je bent het niet!

Ook na de voorstelling wanneer ik de verkochte dvd’s signeerde stond men in de rij te wachten voor een krabbel. Ik probeerde dan voor iedereen iets persoonlijks te schrijven. Liefst in het Sranan en natuurlijk zonder uitleg. Dat moesten ze maar in de bus of in de tram of in de buurt vragen aan iemand die de taal wel kent. Of in een andere wijk misschien.

Wat me verder bijblijft is één moment in voorstelling. Het punt in de show waarop ik zeg: “Het gaat goed met ons samen!” Maar waar ik het ook zei, of het nou in Amsterdam of Oostknollendam was, Den Haag of Franeker, als ik zei: “Het gaat goed met ons samen.” Werd het stil. Ondanks al die warme brasa’s. Muisstil… doodstil…

www.mathurin.net

 


copyright © Colorfull-magazine.nl 2007-2010 | vrijwaring