|
Gepubliceerd in editie 15 Ontwikkelingshulp Het nieuwe jaar kon voor mij niet beter beginnen dan met een optreden voor een ontwikkelingshulporganisatie. Eindelijk was ik in de gelegenheid al die welwillende mensen die al zo lang en intens bezig zijn met het helpen van anderen te bedanken voor al het werk dat ze doen in onzichtbaarheid terwijl ze weten dat het vaak een druppel is op een gloeiende plaat. En ik kan het weten. Ik ben immers geboren in een zogenaamd derde wereld land. En in die derde wereld sterft 1 op de 16 vrouwen tijdens de zwangerschap of bevalling aan complicaties. Dus mijn oma heeft echt geluk gehad dat mijn moeder niet zo gecompliceerd was als ik nu ben.
Voor mijn moeder was het leven juist heel simpel. Hoe zorg ik er voor dat mijn kinderen Franse les kunnen volgen en ik toch een bordje eten voor ze op tafel heb. In die simpele dingen was ze erg creatief. Ze kon zak rijst oneindig diep laten lijken. Alle moeders in de buurt bij ons vroeger hadden trouwens docent kunnen zijn van de cursus: ‘creatief zijn met weinig’. Ik vraag me daarom nog steeds af waarom die poedermelk die toen naar Suriname ging via het BOG (Bureau Openbare Gezondheidszorg Suriname) door hun verspreid werd. Waarom niet rechtstreeks naar de moeders in de buurt? Zij zouden het eerlijk verdeeld hebben. Iedereen twee schepjes. Niet zij één schepje en de nicht van de ambtenaar drie. Om die poedermelk mee te kunnen nemen moesten we trouwens zelf jam potjes verzamelen. We hadden nota bene nooit jam uit een potje! Anders hadden we natuurlijk nooit uren in de felle zon in de rij staan wachten op een schep poedermelk. Dan hadden we lekker in de schaduw een boterhammetje met jam gegeten.
Bij die poedermelk zat trouwens nooit een gebruiksaanwijzing. Wisten wij veel in welke verhouding het opgelost moest worden. Of dat het überhaupt opgelost moest worden dus vervolgens krompen we een paar dagen van buikpijn in elkaar. De medicijnen die we daar vervolgens voor kregen waren van het soort: ‘ver over datum dus niet meer gebruiken in Nederland aub dumpen in Verweggistan.’
Sorry, sorry, sorry. Ik wil niet ondankbaar overkomen hoor. We moeten vooral dankbaar blijven en bovendien mag je een gegeven paard niet in de bek kijken heeft mijn moeder me altijd geleerd. Maar als de paardenbek stinkt, (of is het paardenmond) dan mag je toch je neus dichtknijpen? Neen zou mijn moeder gezegd hebben. Als je iets krijgt moet je dankbaar zijn.
Ok. Ik ben dankbaar voor de prikken. Ieder schooljaar moesten we in de rij staan, in de felle zon, voor een prikkie. En dan stond je er met mijn neus bovenop wanneer je klasgenootje zijn prik kreeg. Een keer piste een jongen in zijn broek van angst. Ze zeiden toen: ”Het gaat zo over, de pijn.” Maar de pijn is nooit overgegaan. Ik ben wel overgekomen. En ik blijf zeggen dat het over moet zijn. Met druppels op een gloeiende plaat. Laten we het eerlijk verdelen. Wij allemaal!!! Zodat er voldoende en schoon drinkwater is voor iedereen. Zodat alle kinderen onderwijs kunnen genieten en veilig op kunnen groeien. Zodat vrouwen overal ter wereld veilig kinderen kunnen krijgen. Zodat er voorlichting is, voorbehoedsmiddelen zijn en condooms.
Over condooms gesproken. Ik was laatst op een houseparty. Ik heb nog nooit in mijn leven zoveel condooms gekregen. Op dat zelfde feest hoorde ik twee mannen praten over een geplande vakantie. Ze spraken af om samen naar Suriname, Ghana of Gambia te gaan. Om dat ding daar te gaan halen. Sex toerisme. Want wat je van ver haalt schijnt lekkerder te zijn. Dus dan reizen ze hun tollie achterna zonder de juiste voorbereidingen te treffen. Ik bedoel als je weet dat het ergens grote regentijd is dan neem je toch je regenjas mee!? En wat een tollie is ga ik niet uit leggen. Als je dat nu nog niet weet wordt het hoog tijd te integreren.
En dan zijn er ook nog mensen die naar het buitenland gaan voor sex met kinderen. Misbruik maken van de wanhoop. Hoe wanhopig moet je zijn om je kinderen te laten misbruiken. Hoe wanhopig zijn de ouders van de bijna ontvoerde kinderen in Tjaad geweest? Ik hoorde die mannen ook nog zeggen dat je als echte man ooit een druiper gehad moet hebben. Anders ben je geen echte man. Die mannen hadden duidelijk hulp nodig bij hun ontwikkeling.
De kerk is eindelijk ook een klein beetje in ontwikkeling. Paus Benedictus XVI heeft een dossier van bijna tweehonderd pagina's laten samenstellen over theologische en wetenschappelijke aspecten van condoomgebruik. Condoomgebruik moet volgens hem namelijk wel goed beargumenteerd worden en passen binnen het geloof. Dat is pas goed nieuws. Eindelijk een stap richting het hemels paradijs. Het is natuurlijk puur eigenbelang. Hij wil niet bekend staan als: die kerel die AIDS niet wil helpen bestrijden of misschien is hij stiekem wel bang voor zijn eigen trip naar boven. Na gefrunnik achter het koor of zo. Want aids is geen druiper. En aids kan je niet daar waar je het hebt gehaald achterlaten. Aids verspreidt zich, vestigt zich, waar het maar wil over de hele wereld zonder een verklaring af te hoeven leggen.
Aids heeft geen visum nodig. Mensen wel...... En dat is maar goed ook. Vinden velen. Wij hebben hier in het westen zeker ook ontwikkelingshulp nodig.
|
|
|
|
|