|
Gepubliceerd in colorfull editie 10 Vaarwel 2006 Voor het eerst in jaren kan ik met een goed gevoel afscheid nemen van het voorgaande jaar. Ondanks het feit dat ik betrokken ben geweest bij twee verkiezingen die alle energie die ik heb opgespaard hebben opgemaakt ben ik tevreden over het afgelopen jaar.
Zowel persoonlijk als professioneel heb ik veel openbaringen gehad over mijn rol. Als bestuurder van een stadsdeel in Amsterdam dat in een ontzettend snel tempo groeit vanwege de aanbouw van IJburg ben ik ook geconfronteerd geweest met de daadwerkelijke noden en vragen van bewoners die het werk soms heel complex kunnen maken in een wijk als de mijne. Aan de ene kant hebben we een wijk met dure koop en huurwoning waar mensen in wonen die met alle gemak hun noden zonder de overheid kunnen bevredigen. Maar aan de andere kant hebben we ook een wijk waar het vorige kabinet totaal geen oog voor had, die ondanks alle sociaal economische tegenkrachten ontzettend vecht om in de lift omhoog te komen. Daar voorzien in de noden eist een lokale overheid die de belangen van mensen die daar wonen boven elke andere agendapunt zetten. Mensen die jarenlang getracht hebben de weg naar de arbeidsmarkt te vinden en die telkens weer teleurgesteld terug keren in hun huizen, zijn mensen die de overheid nooit en te nimmer mag vergeten. En ook al zou ik het willen vergeten de maatschappelijke noodzaak dringt zich aan mij op als ik naar buitenloop, als ik boodschappen doe in de Javastraat of als ik gewoon bij de bakker sta. Mensen zijn intens sterk en bereid om iets te doen aan hun eigen situatie, maar hebben daarbij hun lokale overheid nodig die zich niet verschuilt achter formaliteiten en bureaucratisch gelul. Kortom: je staat voor je mensen of niet!
Ik kies er persoonlijk voor om voor mijn mensen te staan en met mijn mensen bedoel ik niet de Marokkanen (voor de lezer die niet verder dan mijn naam en hoofddoekje kan kijken) maar alle bewoners die kunnen en moeten rekenen op mij.
In mijn laatste column heb ik u mijn gedachten over de tweede kamerverkiezingen meegegeven. Tot mijn grote verbazing is precies datgene gebeurt wat ik vreesde. De uitslag van de verkiezing laat een totale staat van verwarring zien. Een land dat niet in harmonie is. Winst voor links maar helaas ook winst voor rechts. Als een land zo verdeeld stemt dan zet dat vraagtekens bij het leiderschap van ons land. Daar waar ik vroeger vol trots in het buitenland de tolerantie, de waardigheid en de vrijheid van ons land verdedigde merk ik dat het mij steeds meer moeite kost om naar mijn buitenlandse vrienden en zakelijke contacten uit te leggen wat er toch in hemelsnaam aan de hand is in dit kleine mooie land. Toch heb ik hoop en vooral in de democratie. Tot mijn grote vreugde is er motie voor generaal pardon ingediend door de nieuwe kamer. Alhoewel het kabinet weigert deze motie uit te voeren geeft het me een goed gevoel dat er een meerderheid in de kamer bestaat dat staat voor rechtvaardigheid en humaniteit in tegenstelling tot de regel is regel mentaliteit.
Al met al heb ik een goed leerjaar gehad. Ik heb na de verkiezingen in maart afscheid moeten nemen van collega’s die me erg dierbaar waren en die ik in de eerste maanden in mijn nieuwe college mistte. Ik heb met nieuwe collega’s een voortvarende nieuwe start kunnen maken. Ik heb persoonlijke dilemma’s en uitdaging tegemoet getreden met veel liefde en vertrouwen. Ik hoop dat ik deze positieve houding de komende jaren, ondanks de vele ellende die ik in mij werk zie, kan vasthouden en koesteren.
Ik hoop dat het nieuwe jaar ons allen veel vrede, liefde, zorgzaamheid voor elkaar en mededogen kan brengen. Het is een nare wereld maar als ieder van ons zijn of haar best doet om in de directe omgeving veel goeds te doen, dan is die betere wereld als een stap verder. Klinkt erg soft maar staat als een paal boven water. Iedere revolutie, iedere nieuwe godsdienst of levensbeschouwing is gestart omdat 1 iemand zijn of haar bek durfde uit te steken en de hand toereikte aan een ander. Om dit te snappen hoef je niet religieus te zijn en ook niet politiek, maar gewoon simpelweg mens. En dat laatste is het allermoeilijkste wat we kunnen zijn. We gaan door het leven in allerlei rollen van kind, professional tot aan ouder en grootouder en toch is het menselijk blijven de allerzwaarste taak. Ik heb me voorgenomen om dat het komende jaar in mijn persoonlijk leven en in mijn professionele leven steeds meer op de voorgrond te laten zijn. Met vragen als: wat doe ik hier als mens mee? Hoe verander ik dit als mens? En hoe communiceer ik met mijn medemens?
U ziet ik heb nog een hele tocht te gaan en dat maakt het leven ook uitdagend en spannend. En als u het niet al te erg vindt neem ik u de komende maanden in mijn columns weer mee op pad in mijn persoonlijke en professionele strijd in deze toch o zo mooie samenleving.
|
|
|
|
|